trends.png
Artikel

Grootmachten bepalen onze grondstoffenmarkt

Onze markt is in zijn winterslaap gestoord. In beweging gekomen nadat in de laatste maanden van het afgelopen jaar de aardolieprijs met tientallen procenten daalde. Tot nu toe reageerde de prijs van kunststof grondstoffen het meest op de fluctuaties van de aardolieprijs, met de OPEC als een soort van onvoorspelbare trendsetter. Tot nu toe, want de OPEC verliest leden en macht, terwijl de invloed van de leiders van wereldmachten toeneemt. Wereldmarkten, niet meer gestuurd door vraag en aanbod, prijsverschillen, overschotten of tekorten, nee, stevige taal uit grote monden bepaalt de prijs van grondstoffen.

 

Door Joop Poortenga

 

Nu aardolie en afgeleide grondstoffen deel zijn geworden van deze realiteit, is het hek van de dam. Olie- en gasexporterende landen varen hun eigen koers, voelen zich minder gehouden aan afspraken en zetten de kraan wijd open om dollars of euro’s binnen te trekken. Rijkere olielanden maken zich toch ook nerveus over de toekomst, en willen duidelijker hun eigen weg gaan. Ieder voor zich en zeker ten koste van de minder grote exporteurs van olie, die – ook al door eigen politieke problemen – hun opbrengsten flink zien dalen. Wat weer tekorten veroorzaakt in de staatskassen en de bevolking in beweging zet. Al met al leidt deze onrustige periode tot overproductie en aanhoudend lage prijzen. Het lijkt wel op de door de OPEC verstoorde markt in 2008, toen bewust de prijs van aardolie met de helft werd verlaagd als reactie op de winning van schaliegas in de Verenigde Staten. Nu is er een andere aanleiding, veel meer politiek gestuurd. Wel uitzonderlijk dat deze eeuw voor de tweede keer een zo belangrijke grondstof onverwacht naar een lager prijsniveau wordt gestuurd. Het heeft gevolgen voor de volgproducten van aardolie, zoals de voor kunststoffen belangrijke monomeren. Ze zijn goedkoper geworden en dat vertaalt zich in lage polymeerprijzen.

 

Eigenlijk ongewenst

Dat lijkt een goede zaak voor onze industrietak, maar het is eigenlijk ongewenst: er was rust op het prijzenfront, het kwam eerder aan op het halen van levertijden. Krijg je misschien weer die goed geïnformeerde inkoper aan de lijn, informerend naar de datum waarop aanpassing van de prijs van hun eindproduct van nog lopende orders bevestigd wordt. Dat in het verleden tientallen keren een prijs van grondstoffen is verhoogd – en niet doorberekend – is even niet relevant. Opdrachtgevers hebben, net als de verwerkende industrie, niet te klagen. De grondstoffen zijn het afgelopen jaar op redelijk stabiele prijzen – en ook nog zonder momenten van schaarste – aangeboden geweest. Het lijkt spectaculair om nu al iets te melden over prijzen die we in 2019 zullen moeten betalen. Juist door de vele onopgeloste conflicten in de wereld ontbreekt eenheid en zetten landen elkaar de voet dwars. Daarbij leidt een handelsoorlog eerder tot lagere dan tot hogere prijzen bij ons. We verwachten dat 2019 een jaar wordt met in het begin voortzetting van de lage trend. 

Wie is daarvoor eigenlijk verantwoordelijk? En wat is de belangrijkste reden dat de prijs van aardolie zelfs even gezakt is onder de US$ 50,00 per vat? Het antwoord op deze vragen is deels hierboven al gegeven. Weliswaar heeft het ook met vraag en aanbod te maken, maar de politieke invloed daarachter is zodanig groot – en nog brutaal transparant ook – dat marktpartijen worden meegesleurd in de gevolgen van macht. Het is bijna niet voor te stellen dat een nieuw gekozen president ervoor kiest zijn beloftes, gedaan tijdens de verkiezingsbijeenkomsten, onvoorwaardelijk dreigt na te willen komen, zodat er geen gezichtsverlies geleden wordt. Die het eigen imago zo belangrijk vindt. Zijn populariteit verbindend met de uitspraak dat hij zal zorgen voor een lage benzineprijs, mocht hij aan de macht komen. Zodat elke Amerikaan minder geld hoeft te betalen voor de brandstof. Hoe populistisch wil je indruk maken? Hij heeft ook nog een jonge kroonprins in Saoedi-Arabië bereid gevonden mee te werken aan zijn wens de prijs van aardolie laag te houden. Waarmee de OPEC onder druk komt te staan en deze organisatie uit elkaar dreigt te vallen. Vriendjes onder elkaar, bulkend van geld dat kennelijk verbindt. Het is niet anders. Dat in deze nieuwe wereld onze kunststoffen wereldwijd daardoor op lage prijzen beschikbaar kunnen komen is wel een wonderlijke vaststelling, maar tegelijkertijd ook een smeulend lontje. Europa lijkt de dans te ontspringen, tenzij het politiek gedwongen wordt partij te kiezen. 

 

Oneigenlijke marktomstandigheden

Hoe moeten marktkenners uit dit gegeven een prognose maken over de toekomst? De markt van kunststoffen, verreweg de meeste afgeleid van aardolie, is afhankelijk geworden van oneigenlijke marktomstandigheden. Externe factoren. Hoe kun je overzien wat de gevolgen zijn van politieke beslissingen? Een voorzichtige, onzekere benadering is op zijn plaats. Zeker is dat de onzekerheid toeneemt, de stabiliteit ver te zoeken is, en, zoals vandaag, sprake is van spanningen tussen grootmachten. Noem het maar handelsoorlog, in feite is het spierballentaal. We zijn er nog lang niet, met gerommel op de Krim en in de Oekraïne, Taiwan en de Mexicaanse grens. We zijn wel wat gewend, we vinden het zelfs wel een beetje spannend, als het daar lokaal maar bij blijft. Heel veel angsthazen tegenover een paar lefgozers. Landjepikkers tegenover geldwolven. Dat vinden ze in Twente geen goed volk. 

Over lef gesproken. Op de huidige lage prijzen zou u misschien alvast een deel van uw jaarbehoefte kunnen indekken. We zitten op bodemprijzen, het kan niet anders of in de komende maanden komen er aankondigingen van prijsverhogingen aan. Het lijkt een goed moment, maar voordat u beslist, leest u nog even de volgende opmerkingen die u weer aan het twijfelen kunnen brengen. Niettemin, sinds half december 2018 is er veel polystyreen gekocht, geleverd en in voorraad genomen door grote verwerkers. Voor zover we weten is dit wel de enige grondstof waar extra voorraden van zijn aangelegd, maar het lijkt met een flink volatiel prijsverloop van styreen wel een goede beslissing geweest te zijn.

Bij andere grondstoffen komt een tactiek van producenten een mogelijke inkoop verstoren. Bij bodemprijzen worden de boeken in de loop van een maand gesloten: de producent(en) zijn zogenaamd uitverkocht. De maand erop wordt gekeken welk volume u normaliter nodig hebt. Dat zou u kunnen kopen, maar een extra volume op eenzelfde prijs ligt niet zomaar bij u in het magazijn. Het hangt er ook van af of uw leverancier een marktleider is, die vaak iets strakker acteert dan zijn concullega’s. Producenten vinden allocaties bij een aangepast aangeboden volume een goede strategie om zo snel mogelijk tot hogere prijzen te komen. 

Zoals bij alle inkoopbeslissingen, zijn algemene marktkenmerken van belang. De energiemarkt met aardolie en gas kent de komende jaren geen tekorten. Het aanbod blijft ruim, de eenheid tussen producerende olie- en gaslanden is zoek. De economie heeft zijn hoogtepunt gehad, de vraag neemt toe in ontwikkelingslanden tussen de keerkringen, maar neemt in Europa nauwelijks. Ook die van kunststoffen. 

De prijs van aardolie lijkt niet hoger uit te komen dan US$ 70,00 per vat. Wetend dat schaliegas flink goedkoper is om als grondstof te dienen voor etheen, maakt dat polyethylenen daardoor goedkoop zullen blijven. Toename van productiecapaciteiten in de Verenigde Staten en materialen uit het Midden-Oosten zorgen voor voldoende aanbod. Behalve in België zijn investeringen van grotere polyethyleenfabrieken in andere Europese landen niet waarschijnlijk. Antwerpen heeft een liefde met plastics opgebouwd die bijna voorbeeldig is.

 

Europa moet importeren

Polypropyleen is meer in balans, ook in België wordt gelukkig weer geïnvesteerd in uitbouw en nieuwbouw van al bestaande locaties in Kallo en Beringen, maar de bijkomende capaciteit zal onvoldoende zijn om aan de stijgende vraag in de komende jaren te voldoen. Europa moet importeren. Het prijsniveau zal waarschijnlijk iets kunnen stijgen, zeker wanneer er een mate van schaarste ontstaat van propeen, dat al zo afhankelijk is van mogelijke productiestoringen in de keten. 

Vreemd is het huidige verschil in prijs van PP tussen het Verre Oosten, Europa en de VS. Aan het eind van 2018 zakte PP door het ijs in het Verre Oosten. Omgerekend duidelijk onder de euro per kilo, terwijl in Europa en de VS boven en iets onder € 1,15/kg werd gehandeld. Het lijkt nu dus interessant uw offertes uit Zuid Korea, Maleisië, Thailand, Vietnam of juist toch China te laten binnenkomen. Het geldt al jaren dat vrijwel alle kunststof grondstoffen in het Verre Oosten op lagere prijzen worden verhandeld dan in Europa. Laat u informeren over invoerrechten, bankkosten en transporttarieven of ga in contact met een gekend handelskantoor. Tenslotte, PVC is altijd al een grondstof geweest die uit importlanden op een iets gunstiger prijs kon worden aangekocht. Om daar nu een voorraad van aan te leggen lijkt niet handig, al kan het 5 eurocent/kg bruto schelen. Heel waarschijnlijk blijft het prijsniveau op een laag niveau.

Voor zover we toch enigszins vooruit willen kijken lijkt de markt zich de komende maanden enigszins te voegen in het patroon van de future noteringen van Brent of WTI-aardolie. Gangbare kunststof grondstoffen lijken lichtjes omhoog te kruipen, al is dit absoluut nog geen feit – dat heeft de oliemarkt ons wel erg duidelijk gemaakt. De lage noteringen van olie en nafta heeft de verdiende marge bij de productie van mono- en polymeren wel doen toenemen. Was er begin november 2018 nog sprake van ontevredenheid over de winstmarge bij polyethyleenproducenten, in de daarop volgende maanden werd het stil.

Een bijzonder beeld geeft het prijsverloop van polypropyleen. Weliswaar werd de grondstof propeen ook slachtoffer van het eind 2018 optredende prijsverval, maar de aanpassing van de polymeerprijs is niet zo heftig geweest als bij PE of PS. Met een soort van automatisme werd grotendeels een verhoogde of verlaagde monomeerprijs gevolgd, met als gevolg dat het kabbelende prijsverloop iedereen rustig hield.

 

Spitsroeden lopen

Er moet een andere reden zijn. Wellicht is van invloed dat de laatste jaren propeen minder beschikbaar is gekomen uit naftakrakers. De meeste krakers zijn of worden omgebouwd om schaliegas in plaats van nafta in te zetten om voornamelijk etheen te krijgen. Hooguit een paar procent propeen komt beschikbaar uit schaliegas. Een extra bewerking van etheen – OPP van C2 naar C3 – zorgt in de Verenigde Staten voor een broodnodig aanvullend volume propeen. Waarmee een hogere kostprijs van propeen het verschil verklaart tussen de – lagere – prijs van PE en PP.

Het is spitsroeden lopen in Europa om de beschikbaarheid van propeen zeker te stellen. Weliswaar zijn er net voldoende krakers in ons continent die met nafta als grondstof voor propeen zorgen, maar de trend is dat ze meer en meer worden gevoed met goedkoper etheenhoudend gas, zoals schaliegas. Niet voor niets is het doel het in Antwerpen nieuw te bouwen complex 750.000 jato propeen te laten produceren. Noodzakelijk, aangezien de wereldwijde trend laat zien dat de inzet van nafta in krakers vermindert ten gunste van schaliegas. Niet alleen in België, maar ook in andere continenten is het een noodzakelijk kwaad geworden propeen via een omweg te maken. Er zijn al investeringen gedaan in de VS en in China. Chemie staat voor niets. Omwerkingsfabrieken die C3 (propeen) moeten produceren, raffinaderijen die meer propeen rechtstreeks gaan opvangen, het goochelen met moleculen van etheen en buteen als voeding… propeen moet er wel komen. Dat het vijftig jaar geleden nog werd afgefakkeld is op zich al een industriële revolutie.

 

Alliance to End Plastic Waste

Tenslotte, na een lange periode van niets doen wordt er door een groot aantal producenten van kunststof geld opzij gezet om de wereld te verlossen van plastic afval. Misschien hebben ze de laatste jaren Uw Trends eens serieus doorgekeken, waarin talloze malen is gepleit voor betrokkenheid en verantwoordelijkheid. Eindelijk is een wereldwijde groep van belangrijke producenten van kunststof grondstoffen samengebracht met enige grootverbruikers van plastic verpakkingen. Er is met veel geld de ‘Alliance to End Plastic Waste’ (AEPW) opgezet. Het is de bedoeling het geld te investeren in de landen waar de vervuiling het grootst is. De website van AEPW is schitterend opgezet, de doelen lijken duidelijk, de ambities zijn te hoog gegrepen. Maar dat is niet erg. Het begin is er. Laat het in vredesnaam geen instituut worden waar heel lang vergaderd wordt ,voordat er geld over de tafels gaat. Snelle acties zijn nodig. Het ‘geen woorden maar daden’ is hier wel zeer op zijn plaats. Hoe dan ook, de moeite van het lezen – en misschien met uw steunbetuiging – zeker waard. De site: endplasticwaste.org.